‘We zijn een paar dagen in het paradijs geweest. Boven op een berg. Soms keken we letterlijk op de wolken, roze kleurend als de zon onderging. Geen luxe zoals wij die kennen, maar luxe die zo veel dieper ging: stilte, echt, echte stilte. Groen zover je keek. En water, puurder dan we ooit proefden, zo, recht uit de bergen.
Het tempo lag er lager. Je werd uitgenodigd te zijn. Gewoon te zijn. Te ervaren, te proeven, de natuur helemaal te beleven.
Helemaal in het moment zijn met wat je doet. Mindful leven, maar dan zonder cursus. Automatisch, omdat het landschap je er zachtjes in meeneemt.
Neem bijvoorbeeld douchen. Normaal helemaal niet zo bijzonder. Kraan aan, douchen, klaar. Maar hier! Pas op dag vier besloot ik te douchen. Water koken in de buitenkeuken. Ondertussen naar de bergen kijken. Thee drinken. Dan het hete water in de douche emmer gieten. Mengen met koud. Ophijsen. Kraantje opendraaien. En ah…. Nog nooit zo genoten, zo intens genoten van zoiets simpels als een warme douche!’